Achterstandsbuurt of rijke wijk

Maakt geld verschil in de spreekkamer?

Door: Leony Reurich, redactielid

LOVAH Magazine voorjaar 2018

 

Of je opleidingspraktijk in een achterstandsbuurt of juist rijke wijk staat kan je dagelijkse werk erg beïnvloeden. In hoeverre speelt geld een rol in de keuzes die jij en je patiënten maken en wat is het verschil tussen het werken in een achterstandsbuurt of rijke wijk? Zes aios vertellen over hun ervaringen.

 

De achterstandsbuurt

‘Ik hou erg van aanpakken en puzzelen, dus deze praktijk paste echt perfect bij mij, vertelt Anouk, inmiddels tweedejaars huisarts in opleiding. Anouk werkte tijdens haar eerste jaar in een praktijk in een achterstandsbuurt in een grote stad: ‘Het leuke aan het werken in een achterstandsbuurt is dat je patiënten goed kan geruststellen; zodra je als hun huisarts zegt dat het niets is, is het meteen weer goed’. Anouk viel met name de uitgebreide problematiek op binnen families: ‘Gezinnen zijn soms op de meest bijzondere manier aan elkaar verbonden: moeders die bij vijf verschillende vaders kinderen hebben, waarvan de dochters ook alweer zwanger waren geraakt’.

 

Lennart, nu derdejaars aios, werkte in zijn eerste jaar in een gezondheidscentrum in een grote stadswijk met veel verschillende nationaliteiten: ‘Ik merkte dat ik in een achterstandsbuurt werkte aan de problematiek die ik tegenkwam. Er zijn bijvoorbeeld veel patiënten met overgewicht, diabetes en hypertensie. Als je dan vraagt naar leefstijl vertellen ze je ze 20 bouillonblokjes in de soep te gooien om het op smaak te brengen’. Simone, ook derdejaars aios, werkte in haar eerste jaar in een wijk met veel laagopgeleide patiënten: ‘Wat mij frustreerde was dat je soms erg veel tijd en energie kon steken in patiënten met veel problematiek en dat die dan bij vervolgconsulten niet meer kwamen opdagen’.

 

Over in hoeverre geld van invloed was op de keuzes die patiënten maakten rondom hun gezondheid vertelt Anouk: ‘Als ik iets voorschreef kreeg ik vaak de vraag of het wel vergoed zou worden. Ook verwijzingen naar de fysiotherapie lukten niet altijd omdat mensen niet voldoende verzekerd waren. Een voorbeeld is een vrouw van 50 die tijdens haar werk in de schoonmaak uitgleed over haar dweil en daarbij van de trap viel. Ze heeft daar lang last van gehad en ik kon haar niet naar een fysiotherapeut sturen, omdat ze daar geen geld voor had’.

 

Door het werken in een achterstandsbuurt werden Anouk, Lennart en Simone zich veel meer bewust van de kosten in de zorg. Simone: ‘Ik probeerde mensen niet op kosten te jagen door bijvoorbeeld voor vrij verkrijgbare medicijnen geen recept te maken’. Lennart leerde dat hij soms ‘dure’ adviezen gaf aan zijn patiënten: ‘Ik adviseerde wel eens zelfzorgmiddelen van de drogist voor symptoomverlichting bij hoesten, maar dat kan voor deze patiëntengroep best duur zijn. Je moet je bewust zijn dat je patiënten weinig te besteden hebben, want ze zullen het zelf, uit schaamte, niet zo snel zeggen’. 

 

Het werken in een achterstandsbuurt was uitdagend. Anouk: ‘Het lastige is dat je aanloopt tegen veel onmogelijkheden bij patiënten: er is geen geld, het lukt niet om in beweging te komen, patiënten eten ongezond, het opvolgen van instructies is lastig’. Lennart beaamt dat het zwaar is om als huisarts in een achterstandsbuurt te werken: ‘Er zijn veel probleemgezinnen, het algehele gezondheidsniveau is lager, wat allemaal voor extra drukte zorgt. Veel consulten zijn dan ook niet te doen binnen tien minuten, waardoor je alleen maar hapsnap oplossingen krijgt als je niet oppast’.

 

De rijke wijk

‘Ik was bang dat de patiënten met een stapel uitgeprinte papieren op elk consult zouden verschijnen en het allemaal beter zouden weten’, vertelt Kim, die in haar eerste jaar in een praktijk werkte met een hoogopgeleide, rijkere stadspopulatie. Ook Leonie, derdejaars aios die in een zelfde soort praktijk werkt dacht te maken te gaan krijgen met sterke meningen en goed geïnformeerde patiënten: ‘Maar het valt me alles mee, consulten zijn meer een tweegesprek, waarbij je gedachten uitwisselt en samen een keus maakt. Ook Kim ervaarde dit: ‘Patiënten zijn vaak goed voorbereid, ze weten goed wat ze willen, maar ik heb juist ook ervaren dat ze erg open staan voor mijn visie op hun klachten. Wat ik ook leuk vind is dat je op niveau met je patiënten kunt communiceren. Je kunt ze gemakkelijk uitleggen waarom je bepaald onderzoek juist wel of niet doet. Je kunt zelfs termen als ‘sensitiviteit’ en ‘specificiteit’ uitleggen’. Meghan, eerstejaars aios in een praktijk in een rijk dorp vertelt dat ze ook merkt dat patiënten veeleisend kunnen zijn: ‘Soms kunnen patiënten best ver gaan en onbeschoft zijn tegen de doktersassistentes om voor elkaar te krijgen wat ze willen’.

 

‘Voor een groot deel van onze populatie speelt geld geen rol. Als je aangeeft dat iets van het eigen risico af gaat maakt dat mijn patiënten helemaal niks uit’, vertelt Leonie. Desondanks bespreekt ze toch altijd de kosten met de patiënten van aanvullend onderzoek of een verwijzing. Kim: ‘Ik vond het meevallen hoe vaak de rijkere patiënten doorverwezen wilden worden. Je kunt vaak goed uitleggen waarom je wel of niet doorverwijst’.

 

Werken in een rijke wijk kan ook erg uitdagend zijn. Leonie: ‘Je moet altijd goed beslagen ten ijs komen, daardoor verdiep je je extra in de materie en zoek je misschien vaker dingen op’. Kim beaamt dit: ‘Je moet goed zijn opgewassen tegen een discussie met je patiënt, maar dat maakt het werk eigenlijk alleen maar uitdagender en leuker. Wat ik ook erg leuk vond was dat mensen het soms ook bij het rechte eind hadden. Zo had ik eens een man op mijn spreekuur van rond de 40 jaar met pijn op de borst. Hij verdacht zichzelf van een pericarditis, dat had hij gelezen op de website van de Nederlandse Vereniging voor de Cardiologie. En prompt, hij had nog gelijk ook!’.

 

De Achterstandsfondsen

De huisartsenzorg in achterstandswijken staat onder druk: het is moeilijk om vacatures in te vullen en er is sprake van een hoge werkdruk. De Achterstandsfondsen zijn in het leven geroepen om huisartsenpraktijken in achterstandswijken te ondersteunen om de kwaliteit van de huisartsenzorg te verbeteren. Leontien Sierts, projectadviseur van de Achterstandsfondsen: ‘Twintig jaar geleden is op initiatief van de LHV in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland de Achterstandsfondsen opgericht, ook toen stond de zorg in achterstandswijken onder druk. Op dit moment zien we door de transitie van de zorg naar de wijk opnieuw hetzelfde probleem: met name het vinden en vasthouden van voldoende personeel voor huisartsenpraktijken in achterstandswijken is moeilijk. De regionale Achterstandsfondsen ondersteunen huisartsenpraktijken in achterstandswijken door projecten te financieren die de zorg in deze wijken bevorderen. Het gaat bijvoorbeeld om deskundigheidsbevorderingsprojecten over onder andere laaggeletterdheid en het herkennen van LVB-problematiek. Maar ook over projecten met allochtone zorgconsulenten en beweegprogramma’s. Daarnaast krijgen praktijken in achterstandswijken een toeslag op het inschrijftarief voor iedere verzekerde. Huisartsenzorg in achterstandsbuurten kan ingewikkeld zijn, er is veel problematiek en de patiënten zijn kwetsbaar, meer aandacht hiervoor in zowel de huisartsopleiding als begrip van collega’s uit rijkere wijken zou ondersteunend zijn’. Meer informatie over de Achterstandsfondsen is te vinden op www.achterstandsfondsen.nl.

Laatst gewijzigd: 24 april 2018